Naar inhoud
Registratie e-mailadres

De Raad als een besluitvormer van de EU

Gewone wetgevingsprocedure

De gewone wetgevingsprocedure, ook bekend als "medebeslissingsprocedure", wordt gebruikt voor ongeveer 85 EU-beleidsgebieden, van de strijd tegen discriminatie tot het gemeenschappelijk immigratiebeleid.

De meeste wetgevingsbesluiten van de EU waarover volgens deze procedure wordt onderhandeld, worden in eerste lezing aangenomen.

De Raad is een essentiële besluitvormer van de EU. Hij onderhandelt over nieuwe EU-wetgeving, neemt de wetgeving aan, past deze zo nodig aan en coördineert het beleid. In de meeste gevallen neemt de Raad samen met het Europees Parlement besluiten volgens de gewone wetgevingsprocedure, ook wel "medebeslissingsprocedure" genoemd. Medebeslissing wordt gebruikt op beleidsgebieden waarvoor de EU een exclusieve bevoegdheid heeft, of de bevoegdheid deelt met de lidstaten. In die gevallen stelt de Raad wetten op aan de hand van voorstellen die worden ingediend door de Europese Commissie. 

Op een aantal specifieke gebieden neemt de Raad besluiten volgens bijzondere wetgevingsprocedures, namelijk de goedkeuringsprocedure en de raadplegingsprocedure. Het Europees Parlement heeft dan een beperkte rol. 

Het besluitvormingsproces in de Raad uitgelegd

Binnen de Raad - een procedure in 3 stappen

Meer dan 150 werkgroepen en comités helpen bij het voorbereiden van het werk van de ministers die de voorstellen in de verschillende Raadsformaties bespreken. Deze werkgroepen en comités bestaan uit ambtenaren uit alle lidstaten.

Zodra de Raad een Commissievoorstel ontvangt, wordt het voorstel gelijktijdig door de Raad en het Europees Parlement besproken. Die bespreking wordt een 'lezing' genoemd. Er kunnen wel 3 lezingen plaatsvinden voordat de Raad en het Parlement het eens worden over een wetgevingsvoorstel, of het voorstel verwerpen.

De Raad kan in bepaalde gevallen tot een politiek akkoord komen in afwachting van het standpunt van het Parlement in eerste lezing; zo'n akkoord wordt 'algemene oriëntatie' genoemd. Een algemene oriëntatie van de Raad kan de wetgevingsprocedure helpen versnellen en kan er zelfs voor zorgen dat beide instellingen gemakkelijker een akkoord bereiken. Het Parlement krijgt zo namelijk een idee van het standpunt van de Raad voordat het zelf een standpunt in eerste lezing vaststelt. Het definitieve standpunt van de Raad kan echter pas worden vastgesteld nadat het Parlement zijn eigen standpunt in eerste lezing heeft bepaald.

Bij elke lezing passeert het voorstel 3 niveaus in de Raad:

  • de werkgroep
  • het Comité van permanente vertegenwoordigers (Coreper)
  • de Raadsformatie

Op die manier wordt het voorstel technisch doorgelicht op het niveau van de werkgroep, kunnen de ministers zich van hun politieke verantwoordelijkheid kwijten, en komen technische expertise en politieke overwegingen samen aan de orde in het Coreper.

Voorbereidende instanties van de Raad

De Raad wordt bijgestaan door meer dan 150 werkgroepen en comités – de "voorbereidende instanties van de Raad"

1. De werkgroep

Het voorzitterschap van de Raad bepaalt met de hulp van het secretariaat-generaal welke werkgroep bevoegd is voor het voorstel en roept die werkgroep vervolgens bijeen.

De groep begint met een algemene bespreking van het voorstel, en bestudeert het daarna in detail.

De werkgroep heeft geen formele tijdslimiet; de duur van haar werkzaamheden hangt af van de aard van het voorstel. Ook hoeft de werkgroep niet per se overeenstemming te bereiken, maar het resultaat van de besprekingen wordt wel aan het Coreper voorgelegd.

2. Het Comité van permanente vertegenwoordigers (Coreper)

De behandeling van het voorstel in het Coreper hangt af van de mate van overeenstemming die in de werkgroep is bereikt.

Als er zonder debat overeenstemming kan worden bereikt, wordt het voorstel opgenomen in deel I van de agenda van het Coreper.

Als verdere bespreking in het Coreper nodig is omdat de werkgroep geen akkoord heeft bereikt over bepaalde aspecten van een voorstel, dan wordt het punt in deel II van de agenda opgenomen. In dat geval kan het Coreper:

  • trachten zelf via onderhandelingen tot overeenstemming te komen
  • het voorstel terugverwijzen naar de werkgroep, eventueel vergezeld van suggesties voor een compromis
  • het vraagstuk doorverwijzen naar de Raad

De meeste voorstellen belanden meerdere keren op de agenda van het Coreper, dat een oplossing tracht te vinden voor de meningsverschillen die de werkgroep niet heeft kunnen wegwerken.

3. De Raadsformatie

Als het Coreper de besprekingen over een voorstel heeft kunnen afronden, wordt het voorstel als A-punt op de agenda van de Raad geplaatst, d.w.z. dat er naar verwachting zonder debat een akkoord wordt bereikt. In de regel zijn ongeveer twee derde van de agendapunten van de Raad A-punten. De besprekingen over deze punten kunnen wel worden heropend als een of meer lidstaten dat wensen.

De B-rubriek van de agenda van de Raad omvat punten:

  • die zijn overgebleven van vorige zittingen van de Raad
  • waarover noch in het Coreper noch in de werkgroep overeenstemming is bereikt
  • die politiek te gevoelig zijn om op een lager niveau te worden beslecht

De uitslagen van de stemmingen in de Raad worden automatisch openbaar gemaakt wanneer de Raad als wetgever optreedt. Als een lid een stemverklaring wenst toe te voegen, wordt die verklaring ook openbaar gemaakt als het wetgevingsbesluit wordt vastgesteld. In andere gevallen kunnen stemverklaringen die niet automatisch worden bekendgemaakt, op verzoek van de betrokkene openbaar worden gemaakt.

Aangezien de Raad één juridische entiteit is, kan elke van de tien Raadsformaties besluiten van de Raad aannemen die binnen het beleidsgebied van een andere formatie vallen.